Heidevolk

Wodan Heerst tracks

Lyrics

1. WODAN HEERST

Wodan wist waar hij zou gaan, reisde door weer en wind
Langs reuzenberg en schaduwrijke dalen
Naar Mimirs bron, gelegen aan de voet van Yggdrasil
Waar Wodan kwam om de eeuwige wijsheid te halen
Geen enkel man zou drinken uit de bron zo was het lot
Slechts ene prijs zou de man belonen
Wodan bood Mimir zijn oog doch zou hij beter zien
Hetgeen dat is, en ons nog toe zal komen

Oneindig uw woede, uw wijsheid is groot
Schenk ons de zege, de vijand de dood
Geen angst om te sterven, uw volk onbevreesd
De wereld zal weten dat Wodan heerst
Oneindig uw woede uw wijsheid is groot
Schenk mij uw kennis van leven en dood
Open mijn ogen, ontketen mijn geest
En ik zal dan weten dat Wodan heerst

Wodan hing in de boom, zichzelf verwond met een speer
Een offer om de runenwijsheid te krijgen
Geteisterd door zijn honger en dorst voor negen nachten lang
Zo maakte hij zichzelf de runen eigen
Het runenschrift, het magisch schrift schonk hij aan 't Midgaardvolk
Een gift aan ons die met zijn zegen strijden
Nu kerven wij de runen in ons zwaard voor winst in 't gevecht
Walkuren zien wij door de hemelen rijden

Uit de hemelen staren twee raven
Zij turen over ons donkere vlakke land
En zij zien hoe Wodans volk ontwaakt
Met Wodans zegen gaan wij ten strijde
We grijpen naar het zwaard, de speer en de saks
De vijand hoort hoe ons volk een strijdkreet slaakt
Uit onze kelen klinken de lied'ren
Zij zingen van Alvaders wijsheid en macht
En wij zien hoe de oude god ontwaakt
De laffe vijand die vreest onze toorn
Wij vechten voor de winst en anders de dood
En wij zien hoe Wodan in ons leeft




2. HET BIER ZAL WEER VLOEIEN

Het bier zal weer vloeien
Het bier zal weer vloeien
Het bier zal weer vloeien
In ons Gelderland
Op winst in de strijd
Op vlees en jolijt
Kom laat ons nu drinken
Op ons Gelderland

Duizend duistere nachten doorstaan
De diepste dalen doorkropen
Eenzaamheid in ons bestaan
Door nachtelijke wouden geslopen

Het bier zal weer vloeien
Het bier zal weer vloeien
Het bier zal weer vloeien
In ons Gelderland
Op winst in de strijd
Op vlees en jolijt
Kom laat ons nu drinken
Op ons Gelderland

Het koudste ijs is betreden
De sterkste stromen doorwaad
De grootste vijand bestreden
De zwaarste storm is doorstaan

Het bier zal weer vloeien
Het bier zal weer vloeien
Het bier zal weer vloeien
In ons Gelderland
Op winst in de strijd
Op vlees en jolijt
Kom laat ons nu drinken
Op ons Gelderland

Ver weg van ons huis en haard
Het land door ons zo bemind
Smachtend naar ons Gelderland
De zeilen staan strak in de oostenwind

Het bier zal weer vloeien
Het bier zal weer vloeien
Het bier zal weer vloeien
In ons Gelderland
Op winst in de strijd
Op vlees en jolijt
Kom laat ons nu drinken
Op ons Gelderland

Ons doel is de horizon
We reizen de zon achterna
Verlangend naar de geboortegrond
De Rijn leidt ons nu huiswaarts

Het bier zal weer vloeien
Het bier zal weer vloeien
Het bier zal weer vloeien
In ons Gelderland
Op winst in de strijd
Op vlees en jolijt
Kom laat ons nu drinken
Op ons Gelderland




3. VULGARIS MAGISTRALIS

Ik bun Vulgaris Magistralis
En ik ri-j op een mammoet in het rond

Ik kok mien potjen op een werkende vulkaan
Een dinosauris nuum ik een halve haan
Wodan en Donar bunt achterneef'n van mien
Moar die heb ik al eeuwen niet gezien

Ik leaf alleen in de nacht
In 't donker op jacht

Ik bun Vulgaris Magistralis
En ik ri-j op een mammoet in 't rond
Ik bun Vulgaris Magistralis
En op zondag op een mastodont

Een maffe professor die had van mien geheurd
En kwam op zien Solex noar de Achterhoek gescheurd
Met camera's en lasso's maakt ze jacht op mien
Moar mien hol is nooit ontdekt en gin mens hef mien gezien

Ik bun een woar kampioen
In een echt visioen

Ik bun Vulgaris Magistralis
En ik ri-j op een mammoet in 't rond
Ik bun Vulgaris Magistralis
En op zondag op een mastodont

Ik sluup deur de bossen van de Achterhoek
Zie wilt mien strikken veur 't witte doek
Bi-j nacht en ontij kom ik uut mien hol
Mies Bouwman en Spielberg wilt mien in de hoofdrol

Moar zie kriegt mien niet
Nee, zie kriegt mien niet
Nee, zie kriegt mien nooit, nooit!

Ik bun Vulgaris Magistralis
En ik ri-j op een mammoet in het rond
Ik bun Vulgaris Magistralis
En op zondag op een mastodont

Ik bun Normalis Archivaris
En ik beitel kronieken in een rots
Ik bun Normalis, as 't waar is
En de vrouwtjes bewerk ik met mien knots